Onderdelen


Aansluiting van een gasfles : welke onderdelen heeft u nodig ?


De ontspanner

U moet een ontspanner voorzien om de gasfles met het toestel te verbinden, behalve bij toestellen, die ontworpen zijn om gebruikt te worden bij gasflesdruk.

De ontspanner wordt correct ingesteld door de fabrikant om de druk van de toevoer te controleren en mag niet bijgesteld worden. De druk voor propaangas is 37 mbar terwijl dit voor butaangas 28 mbar bedraagt.

Als de ontspanner tekenen van slijtage vertoont, moet hij vervangen worden. Ontspanners moeten gemarkeerd worden met EN12864.

Aangezien er verschillende types flessenkranen bestaan, moet u exact weten welke ontspanner u nodig hebt. Kijk eerst naar de kraan van uw fles om te weten of de draad buiten (TS) of binnen (POL) is. Indien het een Twiny fles is dan heeft u een Quick-On aansluiting nodig.

Meestal hebben de ontspanners dezelfde kleur als de gasfles, zo kan u gemakelijk weten of uw ontspanner de juiste is.

Butaan 28 mbar TS
Butaan 28 mbar POL
Propaan 37 mbar TS

 


Flexibele slangen

Flexibele slangenGebruik enkel gewaarmerkte slangen NBN D 51-006 waar de waarde van de maximale werkdruk (min. 15 bar) alsook het fabricagejaar, het merk of logo van de fabrikant en de aard van het gas waarvoor de slang mag worden gebruikt, op staan. Dit is belangrijk omdat propaan natuurlijk rubber aantast en wegvreet.

Flexibele slangenHou de lengte van de slangen zo kort mogelijk met een maximale lengte van 2 meter. Alle slangen moeten beveiligd worden met aangepaste slangklemmen.

Houd de slangen uit de buurt van ‘warme plekken’ en kijk ze af en toe eens na. Vervang elke slang die tekenen van slijtage, barsten of andere beschadigingen vertoont.